|
Het E=mc2van natuurbeheer
Door Gerben Poortinga voor het NJN
congres 30-12-2005
Illustraties klik hier en
klik dan steeds door op de plaatjes

Is Begrazing een ideale
beheersmaatregel? Ben je mal! Begrazing is helemaal geen beheersmaatregel.
Begrazing is
het logische onmisbare. In
alle ecosystemen wil ik wel verklappen. Na groene of vlezige groei is
eten en verteren de tweede helft van de kringloop. Met lichtenergie maken planten
biomassa uit water, koolzuur en mineralen. Dat moet gegeten
worden.
Immers als katten geen vogeltjes eten leven we op de vogeltjesberg zo
beleerde ik mijn kindertjes. En...Als er niet begraasd wordt, ontstaat de
zuurkoolberg. Bedorven en half vergane zuurkool, want schimmels en
bacteriën doen wel wat maar niet alles.
Begrazing is dus niet uitgevonden door rare
natuurbeheerders. Grazers zijn géén goedkope vervanger van machines.
Toe, machines horen niet thuis in de natuur, anders had God of Darwin
die wel op de achtste dag geschapen.
Wie denkt grazers naar smaak of mode of
een spitsvondige discussie uit
te sluiten is geen wetenschapper. Als praktiserend vakman is hij/zij een
knoeier, een alchemist, een dokter Vogel. Hij behoudt de natuur niet.
Is er
dan wel een beheersprobleem? Nee.. Natuur beheert zich
al miljarden
jaren zelf. Het echte probleem is onze kennis tegenover
onze cultuur, traditie en ons groepsgedrag.
Is ecologie dan complex? Ik weet het niet.
Ik houd het simpel. "E=mc2 " is
ook heeel kort. Maar wel het
eindresultaat van langdurige wetenschappelijke ontwikkeling.
Bij Einstein ging niet plotseling vanuit niks een lichtje op.
Ook niet bij Krities Bosbeheer. Wij lazen wèl buitenlandse
vakliteratuur. Buiten de lesstof om. Dus niet over het Hollands Jaques P. Thijse
natuurbehoud. Bijvoorbeeld over de Amerikaanse traditie van Nationale
Parken. Of erg
theoretische buitenlandse artikelen over de werking van ecosystemen, successie,
evolutie en dynamische evenwichten.
Mijn E=mc2
van natuurbeheer
moet je maar als volgt lezen:
E is Energie, M is groeiende
groene Massa en
c2 is tweemaal Consumptie (begrazing en predatie).
Maar helaas, éénmaal rondgestrooide kennis
wordt cultuur en die heeft dan een lang en eigen
leven net als Spakenburgse klederdracht. Doorwoekerende wetenschappelijke traditie bevordert misvattingen
en smoort ontwikkeling. Dat leidt tot bijvoorbeeld CO2-verdragen met het schaamlapje
van aangeplante mini bossen voor kachelhout, terwijl elke brugpieper
weet dat in de tweede helft van de kringloop alle hout weer verbrand.
Als student viel ik middenin die
teerput van traditie. Nederlandse ecologen leken bezeten van
classificeren, natuurgebieden als vlinders in een doosje, precies het
woordenboekenwerk op vaders kantoor.
Ecologen en plantkundigen bedreven het classificeren als groepsproces. Rituele dans uit de tijd
van Lineus en eerdere soortenzoekers. Met als hoofdtrofee een nieuwe
soort of levengemeenschap op de Rottumerplaat.
Om over de natuur als functionerend systeem na
te denken, dat leek meer iets voor Amerikanen.
Als student mocht ik daarom oneindig veel Braun-Blanquet-plotjes
inschatten, hoepeltjes gooien en vergelijken met de classificaties van Westhof
en den Held (1969), de onaantastbare bijbel toen ter tijd. Niks van de
oneindig variabele natuur wilde echt passen bij die gedrukte classificatie, dus murmelend gemopper
van medestudenten en assistenten alom, even zinvol als het classificeren van
romans door het tellen van
het relatief gebruik van de letter a tegenover de letter q.
Maar ja, naoorlogse godfathers van de ecologie als Westhof en den
Held hadden met onomstotelijke autoriteit net vastgesteld hoe De Vaderlandse Natuur er uit zag, voor altijd, voor alle universiteiten,
voor alle wetenschappelijk medewerkers en voor alle studenten. Vooral
oudhollandse landschappen jong als de leeftijd van éen oude eikenboom. Zij twistten nog of men moest schrijven oicologie, oecolgie of
dat verfoeid Amerikaanse ecologie....en
zij hadden de monumentale autoriteit van Freud en Nietsche.
En die babyboomers van na de oorlog dan? Ja, wel tijdelijk
links, maar wetenschappelijk goed volgzaam. Hoe word je anders prof?
Storten zich dus massaal op verder verfijnen van de classificatie.
Dat scoorde.
Ach, het zal indertijd wel zijn verdienste
hebben gehad, maar nog steeds zitten we. nu 35 jaar later. met
onwerkzame natuur- en landschaps-doeltypen, geen blauwgrasland meer intact, weidevogels
die alleen nog
bij gratie van het
vliegwieleffect tussen het verbeterd Engels raaigras prikken.
Flats snelwegen en fabrieken aan elke horizon De natuur als na de
ijstijden op drift voor Global Warming.
Een andere benadering
Door Cees Piël samengeveegd onder de term "Krities Bosbeheer,"wilden
we dertig jaar geleden zo niet verder. We stelden heel Amerikaans het
proces centraal. Het proces van voor en na de ijstijden
... van voor en na de mens ook.. De levensgemeenschap als samenhang van
producenten en consumenten, van eten en gegeten worden, het zonlicht en
geen benzine als
de primaire energiebron.
"Het systeem natuur" brachten we terug tot groei, dood
hout en stront, tot zijn simpele
kernfeiten even simpel als "e is mc-kwadraat" en wij lieten dat los op de
praktijk van het Nederlandse Natuurbeheer. Het contrast was schokkend.
En wij op onze beurt schokten daarmee de gevestigde praktijk. Dit leidde
tot wat nu heet "Nieuwe Natuur", natuurtechnisch beheer, de zaak waar
we plotseling een hele truckendoos van praktische maatregelen voor moesten
bedenken".
.
Samengevat
Evolutie en natuurlijke ontwikkeling vinden plaats op een heel
andere tijdschaal en veel grotere geografische schaal dan
Hollands hakhout.
En de bulk van het kringloopproces, rottend hout en stront, was weg gedefinieerd, weg geclassificeerd, uit het beheer verbannen en uit de
voorlichting geschrapt: Stront was geen kernobject van onderzoek.
Paarden, koeien en oernatuur uitgestorven, machines deden het werk.
Al het bos in Nederland was loze
houtakker. Op graslanden heerste van hoek tot hoek het extremisme van
het maaien en verschralen.
Grazers in het bos? O, o , alleen een hertje,... zolang hij niet bijt.
Voordien was begrazing in het bos inderdaad wel buitengewoon taboe. Er mochten eens wat
IJslandse pony's in het aanpalende dennenbos op de Maria Peel komen, maar wintervoeding
verhinderde gelukkig bastvraat aan de kerstsparren. Alle grazers
waren uitsluitend middel, middel tot verwijdering van gras. Het
zit nog diep in het taalgebruik van natuurbeheerders.
Maar de maaimachine als de beste grazer
kon dat kosteneffectiever. En
de kuilbult als buik, dat diende de verschraling. De grazers waren
een
cultuurhistorisch relict. Jammer, maar geen
plagschopje aan hun horens.
Ons E is mc-kwatraad werd dus:
stront, molm, karkassen en geen prikkeldraad tussen bos en wei. En
laat de kramp van doeltypen maar aan de natuur zelf over.
We schiepen daartoe twee kernvoorbeelden:
Met grote groepen ex-wilgenknotters
maakten we met onze stichting vrijwillig bosbeheer ondanks wettelijke verboden
grote massa's dood en kwijnend hout in
bossen als eerste kernvoorbeeld.
Als tweede kernvoorbeeld
selecteerde en kocht ik voor eigen kosten en risico Konikpaarden in
Polen. Drie jaar en honderdduizend gulden later introduceerde ik de koniks samen met een
voorlopig beheersplan op landgoed de Ennemaborg, toen het grootste bezit
van het Groninger Landschap. Het Groninger Landschap tolereerde dat
vooral vanwege de goedkoopte; Op het Grontmij-plan met onkruidrijke
kleinschalige graanakkers zou men toch failliet gaan.
Maar
noch het Groninger Landschap, noch Natuurmonumenten of het Wereld
Natuurfonds wilde als Hollands koopman maar een dubbeltje meebetalen aan dat
Amerikanisme.
Niet alleen ten opzichte van de natuur is men behoudend.
NU is dat natuurlijk anders, maar succes krijgt vanzelf vele vaders.
Mijn gift van supergezonde paarden, het geselecteerde
puikje van het wetenschappelijk proefstation in Popiëlno, werd stilletjes zonder
bedankje aangenomen. Muisstil om geen onrust te wekken, zodat ik
gedwongen wel zelf de voorlichtingklok moest luiden.
Maar dit kernvoorbeeld bleek beslist het
paard van Troje, het werkte namelijk. Natuurlijk werkte het, vanwege het
simpele wetenschappelijke E=mc2 van natuurbeheer .
In het
vervolg kreeg ik veel steun van Frits van Beusekom toen directeur
natuurbeheer bij Staatsbosbeheer . In het "maandelijks overleg" besloten
we tot verdere stappen zoals de komst van bevers en nog meer konikpaarden
in de Oostvaarder Plassen. En passant ook maar een blik Heckrunderen en
herten opentrekkend. Inmiddels is het recept over alle landsgrenzen
geëxporteerd in grootschalige Europese projecten.
Ondertussen was het door ons als "Krities Bosbeheer" zo vurig gewenste
kernvoorbeeld, de introductie van wisenten en wolven op de hele Veluwe, gestrand op Natuurmomumenten.
Al waren wel, onder toch aanhoudende druk van Harm van de Veen,
weliswaar geen
Wisenten maar, oei, Schotse Hoogland Koetjes in een omstreden graas-experiment
uitgezet, elk hinderlijk gevolgd door een onderzoeker met
opschrijfschrift en met de dierenarts als wolf.
De Schotse Hooglander als een soort doorgefokte sullige
teckel was wel het laatste rund, dat ik als basis voor verdere
evolutie zou selecteren. Maar dit beestje had kennelijk het voordeel dat heur
haar en horens goed aansloten ons nationale Heer-Bommel-achtige oergevoel". Hetzelfde harige haar als
Bommel en als de
wisent wellicht. Bruinachtig pluizig in ieder geval. Mijn mening? Als gehaktbal wegplaggen zou ik
zeggen, vervangen voor een beter vollediger genenpool, minder
mopshondje meer koninklijk. Ook het bosgebied
met
extreem verarmde grond en het exoten bos was het slechtst denkbare startpunt.
Waarom toch die konikpaarden?
Ook heel simpel: Supergezond paard,
geen gebreken, volledig en complex natuurlijk gedrag,
veel genen. Zonder bemoeizuchtige hobbyclubs en fokkers vooral. Maar exmoorpony
of ijslanders zijn ook super.
Feit is: paarden en
koeien zijn vanouds zo massaal gehouden dat noch het rund noch het paard
uitgestorven is. Voor geen fractie van hun genen. Ook al wordt die stuitend domme opmerking
over ' uitgestorven" door tal van
goedbedoelende wetenschappers midden tussen die beesten herhaald
en herhaald.
De wisent, ook volledig afstammend van 'gehouden'
dieren en wèl genetisch sterk verarmd, wordt daarentegen niet als "uitgestorven"
beschouwd. Zoiets is voor een weldenkend mens niet te volgen.
Elk paard is geschikt hoor, al zijn
sommigen geschikter
Als een paard hoger heeft vreet hij wel en dat is zijn hoofdfunctie. Als hij doodgaat heeft hij wel vlees voor vleeseters, dat
is ook zijn functie. Winterhard zijn ze allemaal tot in
Siberië .
Geneuzel over winterharde sobere paarden of
runderen, daar word ik dus altijd wat lacherig van, zeker in ons lauwe
land. Alle grote
zoogdieren zijn winterhard kijk maar in de dierenparken, ook de geklede
mens.
Natuurlijk is er verschil tussen het grazen van een rups en het
grazen van een olifant. De hele range is nodig. Alle hoefdieren van de
savanne alle apen in het bos.
In het E=mc2 van de
begrazing kan men grofweg stellen dat:
- Alles wat een grote maag heeft de zaak lang kan laten composteren e,
ook oude en vezelig troep. De olifant is daarin natuurlijk kampioen.
- Alles met een klein maagje is fijnproever van vers en licht verteerbaar
spul. Maar daartussenin is elke variatie mogelijk.
De onderscheidende
definities van grazers en browsers zoals die nu in de praktijk van de
discussies word gebezigd zijn daarom net als andere classificaties
vooral storend in het denkproces.
Niet alle grazers zijn onmisbaar. Bij gebrek
aan concurrentie kunnen veel hoefdieren hun dieet behoorlijk oprekken.
Het paard is wat dat betreft een echte kampioen.
- In de New Forest millimeteren ze
het liefst de Greens Dagelijkse bijgroei met de kwaliteit
van dadels voor Arabische hengsten.
- De koniks op de Ennemaborg eten het liefst kweekgras.
- De Shetlander in het Drentse weilandje achteraf
heeft een vertederend dikke grasbuik.
Als een paard niet kan snoepen stuurt
het de rommel handig in nog grotere hoeveelheden door de
opgezwellende buik en desnoods bij nog slechtere kwaliteit dan maar halfverteerd
nog sneller. Eten als een paard! Dit was één van de redenen dat ik voor het paard koos
in het tweede kernexperiment.
Het mooiste project: Verban me maar
naar Siberië
Gevraagd werd om het mooiste praktijk voorbeeld te verklappen.
Iedereen zal nu denken dat ik de Ennemaborg zal noemen, of de Oostvaarder
Plassen. Nee zeker niet. Nou ja, het zijn geslaagde experimenten, voorbeelden die
het werk hier deden. En de ontwikkelingen zijn méér dan mooi. Toen ik
onlang met mijn gezin daar een dag door de beheerder in zijn 4WD werd rondgeshowed werd het
vanzelf één van de gelukkigste dagen van mijn leven met
een hoog "Afrika gevoel".
En de door mij geselecteerde paarden op de Ennemaborg zijn kwalitatief nog steeds het
beste, maar toch. Dat gepruts op de vierkante meter tussen eindeloze
aardappelvelden.
Het meest aansprekende project vind ik....
En dat heeft het hele E=mc2 van natuurbeheer
zoals wij dat bedoelden...
Een idee van
een heel andere cultureel volk van ecologen.,,
een projectplan met de geografische- en tijd-schaal die recht doet aan de
co-evolutie in levensgemeenschappen.
Dat is "het Pleistoceen Park Project" in Yakutië !
De taiga in Noord Siberië is deels bedekt met enorme bossen en
moerassen. Er heeft zich na uitroeiing of uitsterven van de pleistocene
megafauna in de laatste duizenden jaren een dikke laag
humus en turf opgebouwd. De bossen zijn zeer eenzijdig geworden qua
opbouw en
soortensamenstelling en erg brandgevoelig. De laatste decennia heeft het
leeuwendeel van deze bossen dan ook gebrand. Wellicht tenslotte een
natuurlijke sluiting van de kringloop.
In het Pleistoceen was hier een grazige toendra overzwermd door grote
kudden grazers. Hieronder was een
wisentensoort.
Wisenten zijn als tak aan de
runderstam ontstaan in Europa en Azië. De Siberische wisent migreerde
verder naar Amerika en splitste daar weer in twee ondersoorten, de
bosbison en de steppebison. De boswisent bleef meer
het oorspronkelijke dier van halfopen bossen met bijpassend
dieet.
Het idee is nu om een Pleistoceen Park te maken in enkele deelstaten
van Yakutië. Het is een particulier
initiatief net als mijn tegendraadse introductie van konikpaarden. Maar de regering in het koude Yakoetsk
heeft dit idee warm ontvangen. Eerst een kudde van 20 tot 40 bosbizons in het hart van
het gebied op 10 vierkante kilometer, bij succes gevolgd door nog eens honderd
wisenten.. Met de groei van de
de kudden wordt het reservaat in fasen uitgebreid 160 vierkante
kilometer, 600 vierkante kilometer en tenslotte 500.000 km2. Let op:
veertien (!) maal heel Nederland.
Ondertussen heeft men ook al
wat paarden laten verwilderen voor de coëxistentie en wederzijdse facilitering.
Uiteindelijk verwacht men dat hier maximaal één tot twee miljoen wisenten
kunnen bestaan en dat dankzij de grote kudden hoefdieren
de toendravegetatie terugkeert. Men heeft immers geen aanwijzingen,
dat de toendraplanten met een grote bandbreedte in klimaat door klimaatveranderingen verdwenen
zijn.
Als men dus naar de ontwikkelingen in het buitenland kijkt, kan men alleen
maar constateren, dat voor een echte ecoloog in Nederland geen
plaats meer is in het polderplotje.
Arnhem 30 december 2005 Gerben Poortinga (Lezing voor
het congres van de NJN over begrazing
•Lezing
1: Het E=mc2van natuurbeheer (Gerben
Poortinga)
•Lezing 2: Begrazing is
ook niet alles (Harm Piek)
•Lezing 3: Hungry herds
(Theo Vulink)
•Pauze
•Discussie over
stellingen
|